Op de RWZI in Zutphen wordt gewerkt aan een grondstoffenfabriek die alginaat wint.

Projectgegevens

Naam

Maarten Schaafsma

Organisatie

Waterschap Rijn en IJssel

De waterschappen Rijn en IJssel, Valei en Veluwe, Vechtstromen en Stichtse Rijnlanden werken samen met TU Delft en RHDHV aan deze grondstoffenfabriek.

Het alginaat project vloeit voort uit het Nationaal Alginaat Onderzoeksprogramma (NAOP). Onder aanvoering van Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) is vanaf 2014 een samenwerkingsprogramma opgezet met de hierboven genoemde partners. Doel van het onderzoek is het daadwerkelijk winnen en afzetten van alginaat, om zo een bijdrage te kunnen leveren aan de circulaire economie.

Ambities

Waterschap Rijn en IJssel en Waterschap Vallei en Veluwe willen binnen dit project als eerste ter wereld twee zogenoemde Alginaat Extractie Installaties bouwen. Dit gebeurt in Epe (uit huishoudelijk Nereda slib) en in Zutphen (uit industrieel Nereda slib).

Neo-alginaat?

NEO-alginaat is een waardevolle grondstof met een aantal unieke eigenschappen. Het kan water vasthouden, maar ook afstoten. Je kunt er papier en karton waterafstotend mee maken en de uitspoeling van meststoffen in de landbouw mee verminderen. Maar bijvoorbeeld ook beton via betere uitharding een langere levensduur geven. Een veelzijdige en duurzame grondstof dus. Deze grondstof halen we uit ons afvalwater!

Alginaat wordt tot nu toe gewonnen uit zeewier in China. Dat kan duurzamer en goedkoper. Door het slim combineren van bestaande en nieuwe technieken, kunnen we nu de grondstof NEO-alginaat uit het afvalwater halen. Specifieker: uit de slibkorrels die worden gevormd bij een Nereda zuiveringsproces. Vandaar de naam NEO: NEreda Opgewekt. NEO-alginaat is dankzij zijn eigenschappen breder toepasbaar dan het alginaat uit zeewier.

Onderzoek & Innovatie

De Nereda®-technologie is een door de TU Delft ontdekte technologie. Deze is o.a. samen met de waterschappen en STOWA ontwikkeld en wordt momenteel door Royal Haskoning DHV wereldwijd vermarkt. De innovatie blijft in beweging: onderzoek moet de komende jaren aantonen welk kwaliteitsniveau het NEO-alginaat heeft en welke toepassingen het meest perspectiefrijk zijn. Ook worden in samenwerking met marktpartijen nieuwe toepassingen gevonden voor het product. Vanuit het buitenland wordt er met grote interesse gekeken naar de ontwikkelingen op dit gebied.

Subsidies

Financiering van praktijkinstallaties en kosten voor onderzoek zijn mede mogelijk gemaakt door: Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI), Demonstratie Energie Innovatie (DEI) en ontwikkelsteun van Provincie Gelderland.