Op 15 januari nam staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat 5 transitieagenda’s in ontvangst, die de contouren schetsen voor een circulaire Nederlandse samenleving in 2050. De waterschappen presenteren de volgende stap in het Grondstoffenakkoord door een eerste aanzet te geven voor een taskforce Herijking Afvalstoffen.

‘Nederland circulair in 2050’. Die ambitie heeft het kabinet neergezet in het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050. De ambitie is door maatschappelijke partners en meer dan 350 ondertekenaars onderschreven in het Grondstoffenakkoord.

Met het Grondstoffenakkoord is de basis gelegd voor de ontwikkeling van 5 transitieagenda’s: Biomassa & Voedsel, Kunststoffen, Maakindustrie, Bouw, en Consumptiegoederen. Met deze transitieagenda’s wordt in beeld gebracht welke knelpunten in regelgeving, toezicht en handhaving circulaire innovaties in de weg staan en hoe deze kunnen worden weggenomen.

Juridische en fiscale belemmeringen

Uit een aantal transitieagenda’s blijkt dat de huidige regelgeving niet goed is ingericht op de circulaire economie, waardoor te veel herbruikbare grondstoffen en materialen onbenut blijven. Het is noodzakelijk dat niet de afkomst, maar de toepassing van teruggewonnen grondstoffen leidend is, en dat de regelgeving hierop wordt aangepast.

Om die reden is in verschillende transitieagenda’s voorgesteld om een taskforce Herijking Afvalstoffen op te zetten. De waterschappen nemen het voortouw door voor deze taskforce een werkplan op te stellen.

Het is de bedoeling dat de taskforce bestaat uit een brede vertegenwoordiging van publieke en private belanghebbenden. De waterschappen hebben oud-minister en huidig lid van de Raad van State Winnie Sorgdrager bereid gevonden de taskforce voor te zitten.

Grondstoffen uit afvalwater

Met de presentatie van de transitieagenda’s en het voornemen om een taskforce Herijking Afvalstoffen in het leven te roepen, willen de waterschappen de circulaire economie een stap dichterbij brengen. Waterschappen beschouwen afvalstromen als een bron van duurzame energie en waardevolle grondstoffen.

Door toepassing van innovatieve technieken kunnen stoffen zoals fosfaat en cellulose uit afvalwater worden teruggewonnen en kunnen vezels uit maaiafval worden gebruikt voor het produceren van composiet. Om de innovatie op dit gebied te versnellen, zijn aanpassingen in wet- en regelgeving vereist.

Ingrid ter Woorst, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: “We zien in de komende jaren een groot probleem opkomen: een toenemende grondstoffenbehoefte door onder meer een groeiende wereldbevolking, en een aarde die uitgeput raakt. We moeten veel efficiënter met onze grondstoffen omgaan. Nu worden soms grondstoffen teruggewonnen, die vervolgens niet gebruikt mogen worden.

Ook zien we mogelijkheden om vrijgekomen biomassa terug te brengen in de bodem. De bodem gaat daardoor beter functioneren, wat gunstig is voor de kwaliteit van ons oppervlaktewater. Door de huidige regelgeving is dit in de praktijk maar beperkt uitvoerbaar. Het Rijk moet mede haar verantwoordelijkheid nemen en constructief blijven meedenken en meewerken aan het circulaire gedachtegoed.”